|
Pensioenen
Wat is een goed pensioen?
De norm voor een goed pensioen is: 70% van uw laatstgenoten salaris. Haalt
u dat? Wel iets om bij stil te staan. Want als u met pensioen gaat en dan nog
fit en gezond bent, wilt u toch minstens de dingen kunnen blijven doen die u
nu ook doet!
Hoe ziet uw inkomen er straks uit?
In Nederland heeft iedereen recht op AOW als basisinkomen. Daar bovenop komt
waarschijnlijk een bedrag vanuit de pensioenregeling van uw werkgever. Als u
hiermee niet aan 70% van uw laatstverdiende salaris komt, heeft u een pensioengat.
U kunt zelf voorzieningen treffen om uw pensioen aan te vullen.
[Terug naar het overzicht]
Hoe ontstaat een pensioengat?
Als u geen inkomen uit een vast dienstverband hebt, bouwt u geen pensioen op,
en bent u aangewezen op minimale wettelijke voorziening; de AOW. Als u geen
40 dienstjaren bij uw huidige werkgever haalt, is de kans groot dat u straks
te maken krijgt met een pensioengat. Als u geen pensioen ontvangt over uw laatstgenoten
salaris, (de zgn. eindloonregeling) gaat u er straks in inkomen op achteruit.
Als het partnerpensioen niet 70% van uw oudedagspensioen bedraagt, worden, als
u zou overlijden, uw nabestaanden financieel fors getroffen. Bovendien: als
u voor uw 65e wilt stoppen met werken, dan is de kans groot dat u een aanvullende
pensioenvoorziening nodig heeft.
[Terug naar het overzicht]
Factor A en de jaarruimte
Als uw Factor A bekend is, kan met de volgende formule uw jaarruimte worden
berekend: (17% x PG) - 7,5A - O - BR - BS = jaarruimte. Wij kunnen ons voorstellen
dat u de berekening graag aan iemand anders overlaat.
[Terug naar het overzicht]
Wat is de jaarruimte?
Als u een aantoonbaar pensioentekort heeft, kunt u lijfrentepremie
aftrekken. De uitkomst van de berekening is het bedrag dat u mag aftrekken.
Dit is de jaarruimte. Voor deze rekensom is onder andere het bedrag van uw
pensioenaangroei (A in de bovenstaande berekening) nodig.
Uw verzekeringsadviseur helpt u hier graag bij. U kunt bij hem of haar ook
terecht voor advies over hoe u het tekort fiscaal vriendelijk kunt
aanvullen, bijvoorbeeld met een lijfrenteverzekering.
Om uw pensioentekort te kunnen laten berekenen kunt u een overzicht van de
pensioenaangroei (Factor A) in 2001 opvragen bij zijn of haar pensioenfonds,
verzekeraar of werkgever.
[Terug naar het overzicht]
Uitleg van de variabelen
(17% x PG) - 7,5A - O - BR - BS = jaarruimte
waarbij:
PG = premiegrondslag die bestaat uit de inkomensgrondslag (maximaal EUR
147.090,- (2002)), verminderd met een franchise van EUR 10.203,- (2002)
A = het bedrag van de aangroei van het pensioen in het betreffende jaar
O = de dotatie aan de oudedagsreserve, voor zover deze de verplichte afname
overtreft
BR = de benutte basisruimte
BS = het bedrag dat in het jaar wordt gedeblokkeerd uit een
bedrijfsspaartegoed voor vrijwillige premiebetaling in het kader van
deelname aan een individuele module van een pensioenregeling.
Moeilijk? Niet voor uw adviseur. Wij rekenen het graag voor
u uit.
[Terug naar het overzicht]
Eerder stoppen met werken
Veel mensen willen stoppen met werken voordat ze vijfenzestig zijn. Na jaren
gewerkt te hebben, voelen ze de behoefte om optimaal van het leven te
gaan genieten. Bijvoorbeeld door op wereldreis te gaan, een zeilboot aan te
schaffen of een tweede huis te kopen. De keuze om eerder te stoppen met
werken heeft uiteraard consequenties voor de pensioenopbouw.
Behoort u ook tot de groeiende groep mensen die eerder wil stoppen met werken?
Dan zult u op tijd de benodigde voorzieningen moeten treffen. Of u eerder kunt
stoppen, is afhankelijk van de leeftijd waarop u stopt en het inkomen dat u
wenst. Als u een tekort voorziet, kunt u dat op verschillende manieren aanvullen.
[Terug naar het overzicht]
Het tekort aanvullen
Hiervoor zijn voorzieningen van uw werkgever, en voorzieningen die u zelf kunt
treffen. De voorzieningen die uw werkgever u kan bieden om eerder s toppen met
werken mogelijk te maken zijn de volgende: De VUT. Het prepensioen. De bedrijfsspaarregeling.
Ook kunt u zelf een aantal voorzieningen treffen om eerder te stoppen. Hieronder
staan de belangrijkste: Een lijfrenteverzekering sluiten. Een spaarrekening
openen. Een beleggersrekening openen. De (over)waarde van uw eigen woning benutten.
Behalve uw inkomen, speelt ook uw werkgever een rol bij de vraag of u eerder
kunt stoppen met werken. In uw arbeidscontract staat wanneer u met pensioen
mag. Vaak is de pensioenopbouw afgestemd op de leeftijd die in het contract
staat aangegeven.
[Terug naar het overzicht]
Geen spaarloon meer! Wat nu?
U heeft ongetwijfeld gelezen of gehoord dat het kabinet met ingang van 1
januari 2003 de premie- en spaarloonregeling wil laten vervallen. En dat
ook de toepassing van de basisruimte (het bedrag van EUR 1.069,- dat u
gegarandeerd als minimum lijfrentepremie van uw inkomen mag aftrekken) ter
discussie staat. Ontwikkelingen die op het eerste gezicht vervelende
gevolgen kunnen hebben voor uw inkomen.
Toch staat de maatregel niet helemaal vast. De wetsvoorstellen moeten namelijk
nog door de Tweede Kamer worden behandeld. En zolang dat niet is gebeurd, blijven
er op dit moment heel wat vragen onbeantwoord. Daarnaast is zeker, dat niet
alle fiscale regelingen worden geschrapt. Er zijn dan ook nog steeds aantrekkelijke
mogelijkheden om belastingvoordeel te behalen. De jaarruimte-regeling bijvoorbeeld.
Die blijft gewoon bestaan.
[Terug naar het overzicht]
Wat betekent het voor u?
Gevolgen afschaffing van de spaarloonregeling
Als u gebruik maakt van een spaarloonregeling, heeft u inmiddels een gespaard
bedrag op uw bankrekening staan. Dat bedrag mag u in de nieuwe situatie direct
opnemen. Is uw spaarloon echter gekoppeld aan een lijfrentepolis, dan zal de
premie daarna niet automatisch meer van uw spaarloon- of premiespaarrekening
worden overgeboekt.
[Terug naar het overzicht]
Gevolgen afschaffen van de premiespaarregeling
Als u gebruik maakt van een premiespaarregeling, spaart u jaarlijks een netto
bedrag van maximaal EUR 526,-. Uw werkgever kan maximaal hetzelfde bedrag bijstorten.
Evenals bij de spaarloonregeling kan ook dit bedrag gekoppeld zijn aan een lijfrentepolis.
De gevolgen onder de nieuwe regeling zijn gelijk aan die voor de spaarloonregeling.
[Terug naar het overzicht]
Gevolgen afschaffing basisruimte
Voor aftrek van het jaarlijkse basisbedrag van EUR 1.069,- was u verplicht
een lijfrentepolis aan te schaffen. Maakte u al gebruik van een spaarloon- en/of
premiespaarregeling met lijfrentepolis, dan moesten die bedragen eerst in mindering
worden gebracht van de basisaftrek. Het resterende bedrag kon dan worden gebruikt
voor extra lijfrente. Het dubbele belastingvoordeel dat u met deze constructie
kon behalen, komt nu te vervallen.
[Terug naar het overzicht]
Kan ik nog wel ergens van profiteren?
Een vraag die we gelukkig positief kunnen beantwoorden. Niet alle fiscale voordeelregelingen
worden immers afgeschaft. Zo heeft iedereen die een pensioentekort kan aantonen,
en onderzoek wijst uit dat meer dan 81% van de Nederlandse beroepsbevolking
daar mee te maken heeft, de mogelijkheid om gebruik te maken van fiscale vrijstellingen.
Daarvoor zult u een berekening moeten (laten) maken van de jaarruimte door uw
verzekeringsadviseur. Dat is het verschil tussen wat u in een jaar aan pensioen
opbouwt en de maatschappelijk/fiscale norm die daarvoor is vastgelegd. Komt
u onder deze norm uit, dan heeft u daarmee een jaarruimte voor een aanvulling
op uw pensioen.
We helpen u graag verder
Neemt u contact met ons op. Wij vertellen u graag meer over de achtergronden
en de alternatieve mogelijkheden die er zijn.
[Terug naar het overzicht]
Veranderen van werkgever
Als u van werkgever verandert, heeft dat consequenties voor uw
pensioenopbouw. In bepaalde gevallen kunt u uw oude pensioen voortzetten.
Maar het kan ook zijn dat u gaat deelnemen aan de pensioenregeling van uw
nieuwe werkgever. Dit laatste kan een zogenaamde pensioenbreuk tot gevolg
hebben. In sommige gevallen is het dan voordelig gebruik te maken van de
waardeoverdrachtregeling.
Ten aanzien van uw oude pensioen zijn er verschillende mogelijkheden als u
van werkgever verandert: U kunt het pensioen voortzetten bij uw nieuwe werkgever.
Dit is alleen mogelijk als u bij hetzelfde pensioenfonds blijft. Als u gaat
deelnemen aan een nieuwe pensioenregeling kunt u de waarde van uw oude pensioen
overdragen naar uw nieuwe pensioen. Dit is echter niet per definitie gunstig.
U kunt uw oude pensioen premievrij maken. Dit verdient de aanbeveling als de
regeling bij uw nieuwe werkgever slechter is dan bij de oude werkgever.
[Terug naar het overzicht]
Nieuw pensioen
Voor de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever zijn er verschillende
mogelijkheden:
Uw werkgever is aangesloten bij een pensioenfonds. Er is dan sprake van een
collectieve pensioenregeling die geldt voor iedereen binnen een bepaalde bedrijfstak.
Als uw werkgever niet aangesloten is bij een pensioenfonds, kan er toch een
pensioen geregeld worden in de vorm van een individuele pensioenregeling.
[Terug naar het overzicht]
Pensioenbreuk
Als u van baan verandert, bouwt u geen pensioen meer op bij uw oude werkgever.
De opbouw van uw pensioenaanspraken ligt dan stil; er is sprake van een zogenaamd
slaperspensioen. Dit heeft als nadeel dat salarisverhogingen bij uw nieuwe werkgever
geen invloed hebben op de hoogte van dat pensioen. Het gevolg hiervan is een
pensioenbreuk. In bepaalde gevallen is het mogelijk een pensioenbreuk te voorkomen
door waardeoverdracht.
[Terug naar het overzicht]
Waardeoverdracht
Van waardeoverdracht is sprake als u de waarde van het slaperspensioen van
uw vorige werkgever inbrengt in de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever.
De ingebrachte pensioenaanspraken tellen dan mee voor de opbouw van het pensioen
bij uw nieuwe werkgever. Het hangt af van uw persoonlijke omstandigheden of
deze waardeoverdracht voor u zinvol is. Er zijn geen algemene regels voor te
geven. De waardeoverdracht verloopt overigens volgens een vaste procedure.
[Terug naar het overzicht]
Voortaan keuzemogelijkheden bij pensioenregeling
Per 1 januari 2002 biedt de Pensioen- en spaarfondsenwet keuzemogelijkheden
bij het oudedagspensioen en het nabestaandenpensioen. We leggen hier uit welke
dat zijn.
[Terug naar het overzicht]
Keuzerecht
Werkgevers kunnen in de pensioenregeling een nabestaandenpensioen aan hun
werknemers toezeggen. Zo'n pensioen voorziet, na het overlijden van een
(gewezen) werknemer, in uitkeringen aan zijn of haar nabestaanden. De
nieuwe pensioenwetgeving regelt dat zo'n nabestaandenpensioen kan worden
ingeruild voor extra oudedagspensioen. Bovendien schrijft de wet voor dat,
bij toezegging van een nabestaandenpensioen, alle deelnemers aan de
pensioenregeling daar recht op hebben. Hun burgerlijke staat, gehuwd of
ongehuwd, speelt daarbij geen enkele rol.
Met dit keuzerecht beoogt de wetgever de rechtsongelijkheid op te heffen
tussen gehuwde (of samenwonende) en alleenstaande deelnemers in
pensioenregelingen. Daarnaast komt de wet tegemoet aan de toenemende
behoefte van de werknemer om het pensioen af te stemmen op de persoonlijke
situatie en wensen.
Het nabestaandenpensioen is de aanvullende uitkering die de nabestaanden
ontvangen vanaf het moment dat degene die pensioen opbouwt, overlijdt. Ten
aanzien van dit nabestaandenpensioen is de laatste jaren veel veranderd.
In 1996 is de Algemene Weduwen- en Wezenwet vervangen door de Algemene Nabestaandenwet
(Anw). Dat heeft tot gevolg dat minder mensen in aanmerking komen voor een Anw-uitkering.
Daarnaast worden eventuele eigen inkomsten van de nabestaanden op de uitkering
gekort. Hierdoor ontstaat het zogenaamde Anw/gat. In bijna alle regelingen is
sprake van een koppeling tussen de hoogte van uw ouderdomspensioen en uw nabestaandenpensioen.
Dus als u te weinig ouderdomspensioen opbouwt, dan bouwt u ook een ontoereikend
nabestaandenpensioen op.
[Terug naar het overzicht]
|